Welkom bij het Marnix College

Samen School Maken

Europees debat


Op vrijdag 20 december werd in het Musis Sacrum in Arnhem een debat georganiseerd door het Voorlichtingsbureau van het Europees Platform over jeugdwerkloosheid. Prominente sprekers en politici zouden in het bijzijn van publiek discussiëren over verschillende vraagstukken omtrent dit onderwerp. Hiervoor waren wij uitgenodigd.
Na een prettige ontvangst bij binnenkomst, moesten wij plaatsnemen in de zaal waar het allemaal zou gebeuren. Iedereen bereidde zich voor op de eerste stelling en luisterde vervolgens naar het debat dat wellicht oorzaken en oplossingen zou geven voor jeugdwerkloosheid. Voor het debat gestart werd, passeerden een aantal visies over jeugdwerkeloosheid de revue. Dit zou meer duidelijkheid verschaffen over het onderwerp.

Het twee uur durende debat werd geopend door de directeur van het Voorlichtingsbureau van het Europese Parlement. Hij viel met de deur in huis door meteen te citeren uit het Verdrag van Lissabon, dat ook door Nederland is ondertekend en eveneens invloed heeft gehad op de Nederlands-Europese arbeidsmarkt. Hoewel het aanhalen van het Verdrag van Lissabon cruciaal is (het verdrag vormt wat dat betreft een fundament voor de Europese arbeidsmarkt en dus ook voor de Nederlandse arbeidsmarkt) voor een dergelijke discussie, werd deze man – al citerend – onderbroken en op een theatrale wijze afgevoerd. Vervolgens werd zijn plaats ingenomen door André Krouwel van Kieskompas. Hij was de debatleider en sprak met veel routine en enthousiasme. Het publiek werd door deze introductie volledig in beslag genomen en iedereen zat op het puntje van zijn stoel. De snelheid van het debat nam steeds verder toe, maar met het opleggen van het zwijgen over het Verdrag van Lissabon, leek na dat moment het Europese karakter van het debat verdwenen als sneeuw voor de zon.

De meeste debaters hadden een weinig Europees georiënteerde achtergrond. Dit deed niets af aan de kwaliteit van het debat; het debat leek eerder incompleet door de afwezigheid van de zieke Europarlementariër van GroenLinks.
Deelnemers aan het debat waren zakenvrouwen; vertegenwoordigers van jongerenbelangenorganisaties; een economisch-redactrice van Elsevier; politici afkomstig uit het Arnhemse stadsbestuur; deskundigen wat betreft arbeidsmarkten vanuit Randstad, maar evenwel afkomstig uit Duitsland of België én mensen uit het publiek die zich geroepen voelden iets te zeggen over wat volgens hen de kern was van de stellingen.

Verschillende stellingen over de ‘Nederlandse’ arbeidsmarkt passeerden vervolgens de revue. Deze stellingen behandelden veelal niet de oorzaken van de problematiek en ook oplossingen werden niet behandeld of gegeven. Toch waren stellingen als ‘’De hoogte van het minimumloon moet naar beneden worden bijgesteld’’, ‘’Jongeren moeten bij werkloosheid ongeschoold werk aanvaarden’’ en ‘’Stageplaatsen moeten verdwijnen en worden vervangen door (passend) betaalde arbeidsplaatsen’’ zeer interessant om over na te denken en om deze te volgen in het debat.
Het ontwijken van de werkelijke oorzaken of oplossingen deed af aan de kwaliteit van het debat. De vrije interpretatie mogelijkheden van de stellingen resulteerden erin dat het debat soms helemaal ging afwijken van de stelling. In zulke gevallen kon het publiek het eens zijn met zowel de ‘oneens’ kant, als met de ‘eens’ kant van de zaal, omdat simpelweg beide partijen de stelling anders interpreteerden.
De ietwat onduidelijke stellingen brachten tegelijkertijd het meest vurige onderdeel van het debat voort. De stelling ‘’Nederlandse jongeren moeten voorrang krijgen op overige Europese arbeiders op de Nederlandse arbeidsmarkt’’ maakte veel tongen los en zorgde voor een felle discussie. Het jammerlijke hieraan was de vrijheid die de debatleider de debaters gaf om de stelling ‘te vertalen in argumenten’. Hierdoor kregen zij de mogelijkheid het onderwerp te verleggen naar discriminatie en als gevolg daarvan werd de jongerenwerkloosheid waar het eigenlijk om ging uit het oog verloren.

Ondanks de afwezigheid van het Europese karakter in het debat, was het prettig de denkwijzen van de verschillende partijen te horen en te begrijpen. Argumenten over jeugdwerkloosheid zijn allemaal belangrijk om mee te wegen in het debat, daar de situatie op de arbeidsmarkt iedereen – zowel werkende als niet-werkende, zowel jongere als niet-jongere – iets aangaat. Europese aanpak lijkt daarbij noodzakelijk, al is het conservatieve ‘landsgrens-denken’ onder veel deelnemers aan het nationale debat nog niet verdwenen, zo bleek ook tijdens dit debat in Arnhem.

Het leken vooral de ondernemers die zich beriepen op een nieuw denken waarbij alle deuren wagenwijd open staan voor zowel Nederlandse jongeren, als niet-Nederlandse jongeren. Vooral onder deze werkverschaffers bestond een instelling van ‘‘Wie wat te bieden heeft, heeft het meeste recht op werk’’, terwijl het de benauwde jongeren waren die hun hoogopgeleide perspectief-denken zo nu en dan inruilden voor angst en doemscenario’s. Hoewel het debat (nota bene gearrangeerd door het Europese Parlement) het zoeken naar een Europese oplossing voor een Europees probleem zou moeten bevorderen, leken het vooral de hoofdrolspelers – de jongeren(organisaties) – te zijn, die nauwelijks over grenzen van het eigen, vertrouwde land heen durfden te kijken.

Al met al brachten de stellingen en de reacties veel reflectie met zich mee. Naderhand ga je jezelf vragen stellen als ‘’Moeten inderdaad stageplaatsen verdwijnen ten gunste van betaalde arbeidsplaatsen?’’, ‘’Is het minimumloon inderdaad de plek waar we nu moeten zoeken om wat te doen aan jeugdwerkeloosheid?’’ of ‘’Wat is de levensduur van het omslagstelsel als de jeugdwerkloosheid blijft toenemen?’’. Het teleurstellende aan het debat was dat op dit soort vragen geen antwoord kwam. Die moest je zelf naderhand bedenken. Oplossingen, antwoorden, verklaringen en oorzaken bleven dan misschien uit, het stimuleren van de jeugd, de jongeren, om na te denken over Europese jeugdwerkloosheid is op z’n minst een stap in de goede richting – hebben zij ook eens wat om zich mee bezig te houden in deze barre tijden.
Regis Heijnekamp VWO 6

Voor foto's klik hier.