Docentenprofiel - Marnix college

Bekijk de web-cam! Home
Doorzoek de website

Docentprofiel

scheikundeHet “Docentprofiel Marnix College” geeft op een zo concreet mogelijke wijze vorm aan het verwachtingspatroon van de school ten aanzien van de taken en verantwoordelijkheden van de docent.

 

Algemeen

De docent draagt bij aan:

  • een saamhorig schoolklimaat, waarin zorg voor leerlingen, veiligheid, respect voor elkaar, begrip en ruimte voor andere opvattingen kenmerken zijn;
  • het bevorderen van een uitdagende en motiverende leeromgeving;
  • het bevorderen van een positief beeld van vak, sectie,sector/afdeling en school;
  • de vormgeving van de identiteit en profilering van de school.

De grondhouding van de docent van het Marnix College is die van respect,  vertrouwen, verantwoordelijkheid en durf.

 

Het werkklimaat op het Marnix College wordt gekenmerkt door vier uitgangspunten:

  1. Lerende organisatie: niet alleen gericht op uitvoering van de eigen docenttaken, maar ook gericht op individuele ontwikkeling en collectief leren.
  2. Professionele cultuur: richting en ruimte voor docenten voor taakuitoefening en ontwikkeling.
  3. Kwaliteitszorg: kwaliteit staat centraal, accent op continue verbetering van het eigen functioneren.
  4. Resultaatverantwoordelijkheid: duidelijkheid over eigen resultaten en inzet; directe aanspreekbaarheid hierop.

Onderwijs

Bij de inrichting van de lestijd geldt als uitgangspunt dat de docent:

  • gemiddeld niet meer dan 50% van de lestijd zelf centraal staat en minstens 50% van de lestijd gelegenheid geeft om leerstof te verwerken (1/2 NC);
  • werkvormen hanteert die de leerlingen in staat stellen om zelfstandig te leren en om samen te werken (activerende didactiek);
  • leerlingen begeleiding geeft tijdens het zelfstandig leren en werken;
  • leerlingen in de gelegenheid stelt om te vragen om extra hulp.

De docent is professioneel op het gebied van:

  • vakinhouden, vakdidactiek en klasmanagement;
  • de begeleiding van het leerproces van leerlingen;
  • het bevorderen van zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid van leerlingen;
  • het aanleren van algemene studievaardigheden;
  • het bevorderen van onderwijs op maat door differentiatie en extra hulp;
  • het uitvoeren van het mentoraat;
  • de basisvaardigheden ICT en de toepassing van ICT binnen het vak.

Resultaat

De overgangsresultaten en de eindexamenresultaten voor het eigen vak zijn ten minste gelijk aan het landelijk en regionaal gemiddelde.


 

Scholing en ontwikkeling

De docent:

  • staat open voor versterking van het eigen functioneren en het ontwikkelen van de eigen professionaliteit in relatie tot de schooldoelstellingen;
  • neemt actief deel aan teambesprekingen, intervisie, wederzijds lesbezoek en collegiale consultatie;
  • is actief in het na- en bijscholen ten aanzien van het eigen vakgebied;
  • ontwikkelt zich in het gebruik van ICT binnen het onderwijs;
  • houdt zich op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen binnen de sector/afdeling.

Overleg

De docent:

  • werkt professioneel samen binnen een sectorteam/afdelingsteam en binnen een sectie;
  • heeft een actieve inbreng bij de ontwikkeling van de eigen sector/afdeling en de school;
  • is actief bij de ontwikkeling van het eigen vak (en vakwerkplan).

Docenten van de sector onderbouw:

  • hebben inzicht in de werkwijze van het basisonderwijs;
  • zijn vaardig in het observeren van leer- en werkgedrag van leerlingen;
  • zijn vaardig in niveaudeterminatie en advisering voor de bovenbouw.

Docenten van de sector bovenbouw MAVO en de sector tweede fase HAVO/VWO:

  • hebben inzicht in de werkwijze in de onderbouw en het vervolgonderwijs;
  • zijn vaardig in de voorbereiding op het examen
  • hanteren studiewijzers als instrument ter bevordering van zelfstandig leren.

 

Kies een kleur!
orange blue green pink azur purple vermiljoen grey